Een wandeling door het bos voelt altijd weer een beetje als thuis komen. Hier komen we vandaan en hierheen kunnen we altijd weer terug keren. De bomen zullen ons altijd welkom heten. De oude eik, de stoere beuk, de slanke den, de fluisterende berk.
Elke boom is een markering. Waar hij is ontkiemd, daar zal hij altijd blijven. Hemelwaarts groeiend verruimd hij zijn blik, zijn wortels zoeken hun weg door de aardlagen en verankeren in de fundamenten.
Groeien is zijn noodlot. De hoogste bomen staan met hun groene kruin in het licht van de zon, alles onder zich in de schaduw latend.